
Hoe één ongeval een heel agrarisch bedrijf stil kan zetten
Het verhaal van Kees-Jan van Dord over uitvallen, herstellen en doorgaan
Toen Kees-Jan van Dord door het dak viel, bleek hoe kwetsbaar een agrarisch bedrijf kan zijn als de ondernemer zelf wegvalt. Dit is het verhaal van een familiebedrijf, een ongeval en de lessen die daarop volgden.
Het melkveebedrijf van de familie Van Dord ligt in Culemborg. Het erf oogt rustig, maar achter die rust schuilt een lange geschiedenis van hard werken, schuiven met percelen en improviseren. Het is een bedrijf dat niet vanzelfsprekend is gegroeid, maar stap voor stap is opgebouwd.
Kees-Jan van Dord is 52 jaar. Zijn ouders kwamen in 1974 naar deze plek, in de tijd van de ruilverkaveling. Zijn vader boerde verspreid: 22 hectare verdeeld over zeventien verschillende percelen. De kampjes waren klein. Melken gebeurde op twee locaties. Soms meerdere keren per dag verplaatsen, omdat het simpelweg niet anders kon. “Mijn vader zat op twee plekken te melken. Die kampjes waren zo klein, dat kon niet anders.” Het typeert de manier waarop er werd gewerkt: niet ideaal, maar praktisch.
Het bedrijf zoals het er nu staat, is het resultaat van de ruilverkaveling, waarbij het land uiteindelijk rond de boerderij is komen te liggen. Kees-Jan melkt momenteel ongeveer zeventig koeien en heeft daarnaast zo’n vijftig stuks jongvee. Het bedrijf omvat circa veertig hectare grond.
Naast de melkveehouderij exploiteert de familie Van Dord ook een caravanstalling met 113 plaatsen, een tak die zorgt voor extra werk, maar ook voor een vaste inkomstenstroom naast het boerenbedrijf.
Opgegroeid met het bedrijf
Kees-Jan groeit op in dat bedrijf. Werken hoort erbij. Niet als verplichting, maar als vanzelfsprekendheid. Zijn vader was lid van de coöperatie AB Midden Nederland, maar toen Kees-Jan van school kwam en meewerkte, werd het lidmaatschap opgezegd.
“Mijn vader zei: we betalen elk jaar contributie, maar jij bent jong en ik ben fit. Dat we allebei tegelijk iets krijgen, zou wel heel bijzonder zijn.” Het bleef daarbij. Het bedrijf draaide. Zijn vader overleed in februari 2015. Het lidmaatschap kwam niet meer ter sprake. Kees-Jan stond er simpelweg niet bij stil.
De dag van het ongeval
Het ongeluk gebeurt op 16 augustus 2016, ruim een jaar na het overlijden van zijn vader.
Er is sprake van een gescheurde dakplaat op één van de caravanloodsen. Kees-Jan weet dat hij eigenlijk het dak niet op mag van zijn vrouw. Wanneer zijn vrouw Marga de kinderen naar school brengen en de boodschappen gaat doen, besluit hij het klusje toch zelf te doen. “Ik dacht: dat wordt een gevaarlijk klusje. Ik zeg niks.”
Hij zet de ladder tegen het dak, loopt omhoog en stapt op het dak. Het laatste wat hij zich herinnert, is dat hij denkt dat hij goed boven de gording moet blijven. Daarna weet hij niets meer.
Hij valt door de dakplaat, ongeveer vijf meter naar beneden en komt terecht op de betonnen vloer. Achteraf blijkt dat hij daar ongeveer een uur heeft gelegen.
Gevonden in het bloed
Marga treft hem later aan. Hij is helemaal onder het bloed, kijkt wazig en gedraagt zich vreemd. “Een hele rare blik. En heel wazig.” Hij is zelf naar het huis gelopen, maar begrijpt niet goed wat er is gebeurd. Marga belt direct 112. Ze krijgt instructies: hem laten liggen, bij hem blijven, hem aan de praat houden.
Binnen twee minuten is de ambulance ter plaatse. De ambulancebroeders weten aanvankelijk niet wat er is gebeurd. En zijn vrouw kan het ook niet vertellen, omdat zij niet aanwezig was op de boerderij. Kees-Jan vertelt een warrig verhaal dat hij een gat in het dak van het huis moest maken, maar daar klopt niets van. Eén van hen loopt naar buiten en ziet de ladder bij de loods staan. Binnen ligt een grote plas bloed. Kees-Jan wordt meegenomen naar het ziekenhuis.
Drie dagen kwijt
Van de tijd tussen het moment dat hij het dak op loopt tot het moment dat een verpleegkundige hem vertelt dat hij naar huis mag, kan hij zich niets meer herinneren. “Daar zit ik drie dagen tussen.”
Kees-Jan is op zijn hoofd gevallen. Zijn jukbeen is gebroken. Hij heeft een zware hersenkneuzing. De gevolgen zijn groot. De ergste pijn zakt, maar andere klachten blijven. “Ik ben prikkelbaar en snel moe.” Bij een hersenkneuzing sterft er hersenweefsel af. Andere delen rondom dit gebied nemen functies over, maar dat kost extra inspanning en moeite. Dat blijft ook zo.
Arbeidsongeschikt
Kees-Jan kan niet melken. Na contact te hebben gehad met de verzekeringsmaatschappij blijkt de arbeidsongeschiktheidsverzekering nauwelijks iets op te leveren. “Als hij niet honderd procent herstelt, kreeg je eenmalig 25.000 euro uitgekeerd na een jaar. Dat was het.” De conclusie is hard: er moet direct iemand komen om het bedrijf over te nemen. Niet over een week. Niet als het misschien beter gaat. Er is direct hulp nodig.
Dezelfde avond stond een bedrijfsverzorger klaar
Diezelfde avond wordt bedrijfsverzorging geregeld. De eerste avond zorgt een bedrijfsverzorger ervoor dat de koeien worden gemolken. Vanaf de volgende ochtend blijft er iemand voor langere tijd op het bedrijf. De eerste bedrijfsverzorger is Arie de Groot. Later neemt Maarten de Wit het over. In totaal draait er drie tot drieënhalve week iemand mee.
Een neef, die normaal op zaterdag helpt, ondersteunt in het begin om het werk over te dragen. “Vanaf de volgende ochtend ging dat gewoon lopen.” Kees-Jan kan zelf niet melken. Toch pakt hij al snel weer klusjes op, eigenlijk te snel. “Ik deed al weer dingen. Achteraf gezien veel te snel.”
Herstel en grenzen
Bij een controle zegt de arts tegen hem: “Weet je dat jij na drie weken alweer meer doet dan mensen na een jaar?” Hij is aan het eind van de dag uitgeput. Het herstel verloopt niet lineair. Hij leert dat hij grenzen moet accepteren, iets wat voor hem niet vanzelfsprekend is.
Later volgt nog een neurofysiologisch onderzoek. De conclusie is opvallend: hij scoort extreem flexibel. “Normaal is zestig van de honderd goed. Ik had vijfennegentig.” Zelf wijt hij dat aan het boerenbestaan. “Je kan wel plannen, maar het loopt nooit zo.”
Terugkijken op het lidmaatschap
Na het ongeval wordt de familie Van Dord lid van AB Midden Nederland. Daarvoor waren ze dat niet. Niet uit onwil, maar omdat het nooit urgent voelde. Het bedrijf draaide, zijn vader was er lang bij betrokken geweest en toen die overleed, verdween het lidmaatschap ongemerkt uit beeld.
Achteraf is Kees-Jan daar helder over. Het ongeluk liet zien hoe kwetsbaar een bedrijf wordt als je alleen staat en er geen directe back-up is. Niet in theorie, maar in de praktijk: op het moment dat hij zelf niet kon werken en het bedrijf wel door moest.
“Als je geen goede back-up hebt en je loopt alleen, dan moet je het eigenlijk gewoon geregeld hebben.” Voor hem zit de kern niet in het woord verzekering, maar in de zekerheid dat er iemand komt als het nodig is. Niet over een paar dagen, maar direct.
“We waren geen lid toen het gebeurde, dus we betaalden het volle tarief. Dat is ook terecht.”
Zijn advies aan andere boeren
Kees-Jan vertelt zijn verhaal zonder opsmuk. Hij wil geen waarschuwing afgeven, maar wel iets meegeven aan collega-boeren die nu denken zoals hij toen dacht. “Je denkt altijd: het gebeurt mij niet. Dat dacht ik ook.”
Zijn advies is nuchter en praktisch. Kijk niet naar wat er misschien ooit gebeurt, maar naar wat je zélf kunt opvangen. En vooral: hoe lang. “Als je het niet langer dan twee weken zelf kunt oplossen, moet je het geregeld hebben.”
Niet alleen voor het bedrijf, benadrukt hij, maar ook voor de mensen eromheen. Voor je partner, voor je gezin. Want op het moment dat het misgaat, is er geen ruimte meer om alles nog uit te zoeken. “Het geeft gewoon rust. Eén telefoontje en het is geregeld.”
Wat dit verhaal laat zien
Het verhaal van Kees-Jan van Dord laat zien hoe snel een agrarisch bedrijf kwetsbaar wordt als de ondernemer onverwacht uitvalt. Niet in theorie, maar in de praktijk: op het moment dat het werk door moet en degene die alles draaiende houdt dat zelf niet meer kan.
Bij de familie Van Dord werd duidelijk dat een lidmaatschap van AB Midden Nederland geen luxe is, maar een vangnet. Iets wat je niet pas moet regelen als het nodig is, maar vooraf. Want op het moment dat het misgaat, is er geen tijd meer om keuzes te maken of aanspraak te maken op het gereduceerd tarief waar je recht op hebt wanneer je lid bent.
De belangrijkste les uit dit verhaal is daarom eenvoudig en praktisch:
kijk niet naar wat er misschien kan gebeuren, maar naar wat je zelf kunt opvangen en voor hoe lang.
Als het antwoord daarop onzeker is, is het verstandig om een lidmaatschap af te sluiten.
Veelgestelde vragen
Je kunt werken op melkveebedrijven, veehouderijen (zoals kip- en varkensbedrijven) of andere agrarische bedrijven. Dit hangt af van jouw ervaring en voorkeuren.
Staat je vraag er niet tussen?